Vogels!

Gepubliceerd op 29 augustus 2026 om 21:40

Het puttertje, ik hoop er een in mijn tuin te zien als een vrije vogel. Wanneer je de tentoonstelling Birds uitwandelde kreeg je een zakje zaadjes mee, om in mei te zaaien en om dan de vogels in de herfst een maaltijd te kunnen bieden. Dat heb ik gedaan, maar in de droge zomermaanden zijn alle planten opgegeten door de damherten. De tentoonstelling Birds, het puttertje, mens en vogel in het Mauritshuis in Den Haag werd samengesteld door historicus en kunsthistoricus Simon Schama samen met ‘Het Puttertje’; een distelvink, geschilderd in 1654 door Johan Fabritius. Dat de vogel op het schilderij als medecurator genoemd is benadrukte de aandacht voor de relatie vogel, mens en kunst in deze tentoonstelling.

De aanleiding voor dit concept was een verhaal van Simon Schama over de verbroken relatie tussen mens en natuur, wat indruk maakte op Martine Gosselink, directeur van het museum Het Mauritshuis. Het schilderij van het puttertje is een klein werkje uit de collectie van het Mauritshuis dat opvalt door intimiteit, de opvallende kleuren van het puttertje, ofwel Carduelis carduelis, en de indringende manier waarop de vogel de beschouwer aankijkt. En door het subtiele maar zeer aanwezige kettinkje waarmee de vogel werd vastgebonden. Een kettingvogel, zou je kunnen zeggen.

De tentoonstelling liet allerlei benaderingen van en verschillende relaties tussen vogel, mens en kunst zien. Een benadering had de titel ‘Gebroken vlucht’, met centraal de jacht door en op vogels en hoe die vogels geschilderd zijn. Ook zag je ‘Gekortwiekt’, met aandoenlijke kuikens geschilderd door Melchior d’ Hondecoeter: Zeven Kuikens (ca.1665-1668), een portret van de 23-jarige eend Sijctghen door Aelbert Cuyp ( 1647-1650), aangevuld met een fragment uit de documentaire Our Daily Bread (2005) waarin je de verwerking van kuikens zag op een lopende band. ‘Pluimage’ ging over pluimen op hoeden, hoofdtooien en bizarre hoeden met hele dode vogels erop, ooit een mode. Er was een bijdrage van Eva Meijer over vogels als kunstenaars, ‘Vogels als Hemelse boodschappers’; een film over spreeuwenzwermen in ‘Geniale gevleugelden’ en nog veel meer. Een rozerode flamingo van John James Audubon uit het boek The Birds of America (1838) trok mijn aandacht, vooral omdat de vogel in zijn habitat er zo levensecht uitziet, maar toch geschoten en opgezet is voor het maken van de afbeelding. Zoals bijna alle afgebeelde vogels behalve wellicht het puttertje, een vogel die vaak die aan een ketting in huis werd gehouden om water te putten en te zingen en de mens te vermaken.

In de catalogus ook teksten over vogels, onder andere een tekst van de Romein Boethius die vanuit zijn gevangenschap in 524 het gevoel beschreef wat na het museumbezoek het langste bij mij achterbleef: ‘De vogel die druk kwinkeleert op zijn tak tref je later achter tralies vaak aan. Maar geen honing waarmee je zijn drinkbak besmeert en geen hapjes of grapjes aan het dier gespendeerd, geen gekir en getik aan zijn tralies belet dat, als ‘t vogeltje trippend van tralie naar stok een glimp van zijn dierbare lover ontwaart, het zijn voedsel nerveus met zijn pootjes vertrapt en ‘naar ’t bos, naar ’t bos ‘roept en klagelijk tsjilpt, naar het bos zo aandoenlijk, zo deerlijk verlangt.’(….)

Dat verlangen naar het bos en naar vrijheid wordt ook beschreven in het boek Het lied van Agilouz van Mohammed Benzakour. Nadat hij een winterkoninkje ontmoet in het park bij het ziekenhuis waar zijn moeder een tijdlang verblijft, ontwikkelt hij een steeds grotere belangstelling voor vogels. Hij hoort de roep naar het bos en het verlangen naar vrijheid van vogels ook heel duidelijk en beschrijft hoe zijn afkeer voor de mens groeit, de mens die vogeltjes opeet en in kooien stopt. Ondertussen lijkt hij een echte vogelaar te worden.

Dan neemt hij het dappere besluit om gehoor te geven aan die roep van vogels naar het bos en hij gaat op reis, een lange reis om vogels te bevrijden in Indonesië. Daar is de grootste vogeltjesmarkt ter wereld: de Pasar Burung Pramuka. Er zijn ontelbare vogels in gevangenschap, hunkerend naar vrijheid. Indonesië is een vogelrijk land, maar de vele bossen zijn verdacht stil doordat er zoveel vogels gevangen worden om in kooitjes te stoppen. Want een vogel in huis brengt geluk, zo gelooft men in Indonesië. De schrijver voert zijn bevrijdingsplan uit. Eerst is het een stel kemphanen die worden losgelaten, dan wordt midden in de nacht Zorro bevrijd, een bruinkopbijeneter met een tekening als een Zorro-maskertje. Daarna laat hij een wenkbrauwbuulbuul met een geel kontje vrij, omdat de vogel zo verdrietig kijkt. Meer en meer vogels worden bevrijd, maar dan groeit ook het verlangen naar een vogel die een band met de schrijver opbouwt. Het einde van het verhaal verrast met de aanschaf van twee gekweekte vogels – zou het minder erg zijn met tamme vogels een band onder dwang, in gevangenschap op te bouwen? Een prachtig verhaal.

‘Het Vogelboek’ van Robert MacFarlane en Jackie Morris is geschreven als een soort veldgids, maar dan een gids die beschrijft wie die vogel is en niet wat voor vogel dat is. Een boek tegen de makkelijke herkenning door de app en voor het echte kijken. Allereerst wordt ook daar het steeds legere luchtruim beschreven. Wat gewoon was, de aanwezigheid van vogels en wat er was in overvloed, namelijk grote aantallen, dat is er bijna niet meer. Maar afwezigheid is lastiger te zien of in kaart te brengen dan wat er nog wel is. Je moet weten wat je mist. Het boek is geschreven als een verzameling verhalen over vogels, geordend rond de wonderen van nest, ei, snavel, zang, veer, vliegvermogen en trek. Beschreven wordt hoe het zou kunnen voelen om een waterhoen te zijn? Of een mus? De beschrijvingen proberen het wezen van de vogels te vertolken en niet alleen het uiterlijk of de zang of roep van vogels. Hoe is het om een bepaalde vogel te zijn, kan een mens dat benaderen? Die verwantschap voelen?

Kinship of verwantschap staat centraal in With a Bird, a reader on Avian Kinship, een verzameling die werd samengesteld naar aanleiding van een tentoonstelling in 2025. Er worden diverse benaderingen van de vogel-mensrelaties bijeengebracht zoals beschrijvingen van de tijdelijke kleischilderijen van vogels van Monika Szyzyk maar ook een verhaal van John Berger, auteur van het klassieke Why Look at Animals. Hij beschrijft de houten vogels die in de winter in de Haute Savoie gemaakt worden van twee kleine stukjes hout. Ze vertegenwoordigen symbolen van geheime kennis, hoop en vooral schoonheid als ze boven het vuur op de warme lucht bewegen.

Anna Lowenhaupt Tsing, antropoloog en schrijver van The Mushroom at the End of the World, die met dat boek de aandacht vestigde op soortenvermenging, vertelt over haar ervaringen op het eiland Waigeo met vogels en vogelaars van diverse achtergronden. Oprechte aandacht voor de rol van dieren in de ethische en sociale levens van een gemeenschap speelt een rol bij het vormen van goede relaties tussen verschillende soorten denkt ze, en ze ziet dat aan de band die ontstaat tussen vogelaars uit alle windstreken en van allerlei achtergronden.

Ik was in eerste instantie verrast over het feit dat een museum wat zich richt op het laten zien van een klassieke collectie nu een dier, een geschilderde vogel, als medecurator voorstelde. Het is een benadering met veel respect voor het dier zelf, dat wordt beschouwd als een volwaardige mede-curator. De beschreven benaderingen die de wereld van vogels proberen weer te geven en te begrijpen volgden daaruit. Het leek me dat er langzaam iets aan het veranderen is in de vogel-mens relatie en dat er een nieuwe en gelijkwaardiger benadering van vogels kan ontstaan door boeken en tentoonstellingen.

Maar ook vroeger waren er respectvolle benaderingen van vogels, niet alleen op uitbuiting gericht, lijkt het. Het al genoemde schilderij Sijctghen, geschilderd in 1647-1650 door Aelbert Cuyp toont dat deze eend zo belangrijk en geliefd was dat de opdracht voor een portret werd gegeven aan een belangrijk schilder. Sijctghen werd 23 jaar oud en legde 100 eieren per jaar. Ze moet toch wel een goed leven gehad hebben om zo oud te worden. Toont dat portret nu een waardige benadering van een dier, of die van een eierproducente? Zijn er meer geschilderde of geschreven dierportretten die voor tweeërlei uitleg vatbaar zijn?


Deze blog is geschreven door Christine van Royen, lid van de Werkgroep Onderzoek en Maatschappij van het Centrum voor DierMens Studies en is ook besproken tijdens de werkgroep. Middels het schrijven van blogs wil de werkgroep vragen agenderen vanuit diverse wetenschappelijke wekvelden van DierMens studies onder meer omtrent spanningsvelden tussen praktijken wetenschap. Via blogs wil de werkgroep uitnodigen tot discussie en mogelijk verder onderzoek.

Boeken:

Benzakour, Mohammed. (2026). Het Lied van Agilouz. Hoe ik vogels bevrijdde in Indonesië. Amsterdam, Cossee.

Berger, John. (2009) Why Look at Animals. Londen, Penguin Books Ltd.

Gosselink, M. Schama, S.(2026) Birds; het puttertje, mens en vogel. Antwerpen, Hannibal Books.

Lowenhaupt Tsing, A.(2021). The Mushroom at The End of the World. Princeton, Princeton University press.

Macfarlane, Robert. Morris, Jackie. (2026). Het Vogelboek. Amsterdam, Atheneum, Polak en van Gennep.

Loo, van der, Marjolein, et al. (2026). With a Bird, A Reader on Avian Kinship. Eindhoven, Onomatopee.

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.