Het piepkleine stierkalfje dat er niet mag zijn

Gepubliceerd op 14 mei 2021 om 14:32

Waar start ik het verhaal over een piepklein stierkalfje in een houten box van ruim twee bij twee meter dat zonder tussenkomst al lang dood zou zijn? Tijdens mijn veldwerk naar hoe koeien met elkaar communiceren en met mensen in de melkveehouderij geeft de boer mij een fles met speen om het stierkalfje te laten drinken. Het kleintje heeft even moeite de speen te vinden, maar klokt daarna de melk gulzig naar binnen, ondersteund door mijn hand onder zijn kin.

‘Dit kalfje gaat van het weekend weg’ zegt de boer, ‘hij is te licht in gewicht om naar de kalvermesterij te gaan.’ De boer heeft niets aan een stierkalf, die geeft later geen melk. Een stier is nauwelijks van betekenis in een moderne melkveestal waar kunstmatige inseminatie (KI) de dagelijkse praktijk is. Het kalfje zuigt aan mijn vingers, springt wat in zijn box waarna hij met zijn volle buik op het geurige stro gaat liggen. Hij laat zich rustig aaien en kriebelen onder zijn kin. Thuisgekomen raak ik de gedachte niet kwijt aan het ukkie zoals de boer hem noemt en zijn naderende dood. Ik bel Bert Hollander van het enige koeienrusthuis (koeienrusthuis.nl) in Nederland. Bij Bert in Oldeberkoop mogen de koeien zo oud worden als ze willen.
‘Hij mag hier komen,’ zegt Bert ‘maar er is wel een flinke wachtlijst.’

Waar laat ik het verhaal verder gaan van een piepklein stierkalfje dat er niet mag zijn?
De naderende dood van het stierkalfje bevindt zich in een knooppunt van complexe lijnen die nauwelijks te benoemen zijn. Een lijn is dat melkkoeien alleen melk geven als ze bevallen zijn, een
tweede dat kalfjes in de gangbare melkveehouderij gescheiden worden van hun moeders. Een
derde dat veeartsen KI toepassen. Een vierde is de Nederlandse taal dat onderscheid maakt
tussen de woorden zwanger en drachtig hoewel mensen en koeien beiden negen maanden hun
kind dragen. Een vijfde is dat het Nederlands weer geen onderscheid maakt tussen het woord vlees
dat levend en dood is zoals flesh en meat in het Engels. Een zesde is dat biologen uitvinden dat
koe-kalf-scheiding na de geboorte latere ellende voorkomt bij de koeienmoeder. Een zevende is
een allesoverheersend economisch marktsysteem waarin prijssignalen van vraag en aanbod
investeringen, productie en distributie bepalen dus een kapitalistische markt waarin het niet
uitmaakt of producten dood of levend zijn. Een achtste zijn de supermarkten en groothandels die zo
goedkoop mogelijk melk en (dood) vlees verkopen of een negende zijn de consumenten die voor
vlees en melk niet veel willen betalen. Nog meer lijnen zijn de melkcoöperaties en fosfaatregels van

de Europese Unie en Nederlandse overheid. Of boeren die de boerenpraktijk van kinds af aan
meekrijgen en gedwongen worden zo goedkoop mogelijk te produceren. Of de medische
wetenschap die celkweken uitvindt die voor hun duur afhankelijk zijn van serum dat van bloed van
ongeboren kalveren afkomstig is. Serum dat de goedkoopste en makkelijkste oplossing is voor
vaccins zoals tegen Covid-19 en voor productie van hormonen. Of onze samenleving waarin
gezellig barbecueën voor mensen in de zomer buiten een culturele uiting is en belangrijk voor
gevoelde identiteit(en). Of taalwetenschappers voor wie koeientaal geen taal is zoals mensentaal,
en dus niet echt de moeite van onderzoek waard.
Het zijn de individuele mensen niet die een stierkalfje geen kans geven maar de wijze waarop
mensen zich (anoniem) organiseren in culturen, regeringen, overheden, samenlevingen, beroepen,
industrieën, instituties, opleidingen. Hoe zij hun activiteiten uitoefenen als resultaat van specifieke
manieren van denken, spreken en schrijven representeert en maakt op den duur een bepaalde werkelijkheid.

Gelukkig vind ik ook een paar mensen - collega’s van het Humanities Cluster (KNAW) in
Amsterdam - die met mij het ukkie meefinancieren zodat hij kan blijven leven. Nu nog een goed
adres voor hem vinden waar hij welkom is totdat hij naar het koeienrusthuis kan. Of dat gelukt is,
komt in het volgende blog.  En oh ja het piepkleine stierkalfje heeft al snel een naam van mijn
collega’s gekregen. Die naam wordt nog onthuld.

 

Leonie Cornips is adviseur en mede-oprichter Centrum voor DierMens Studies, onderzoeker Taalvariatie aan het Meertens Instituut, universitair Docent Human and Animal Relationships and Interactions (HARI), en bijzonder Hoogleraar aan de Universiteit Maastricht.


«   »

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.