Samenvatting boekpresentatie 'Dier en mens: de band tussen ons en andere dieren'

Gepubliceerd op 14 mei 2021 om 14:32

Naar aanleiding van zijn boek Dier en mens sprak Maarten Reesink op 26 maart met experts over onze omgang met andere dieren. Dit blog vat de belangrijkste punten samen. Je kunt de opname van dit online evenement terugkijken via het YouTube-kanaal van SPUI25

De opkomst van een nieuw vakgebied in Nederland: dier-mens studies

Steeds meer studenten raken geïnteresseerd in dier-mens relaties, merkt Maarten Reesink van de Universiteit van Amsterdam. Met meer dan 100 studenten zitten zijn colleges stampvol, en door mond-tot-mond-reclame van studenten wordt het ook op andere universiteiten steeds bekender. Van sociologen, filosofen en antropologen tot biologen en zoölogen. Mens- én dierwetenschappers hebben behoefte aan verbreding van de focus op enkel mens of dier. In Nederland worden dieren standaard nog met een bètabril bekeken: als natuurverschijnsel of object. Die bril is volkomen anders dan hoe we bij alfa- en gammastudies naar mensen kijken. Dit verschil houdt menselijk exceptionalisme in stand; het idee dat wij totaal andere wezens zijn die je anders moet bestuderen.

De geboorte van een boek: “Dier en mens”

Steeds meer onderzoek wijst uit dat dieren meer op ons lijken - en wij op dieren - dan we altijd dachten. Sinds Jane Goodall het eerste wetenschappelijke bewijs leverde dat apen ook emoties, cultuur en moraal kennen, neemt het onderzoek naar intelligentie en emoties bij dieren een vlucht. Gedragsonderzoekers en ecologen bestuderen nu ook muziek, cultuur en taal bij dieren; filosofen beginnen zich af te vragen wat ons tot dier maakt in plaats van tot mens; en sociologen en antropologen onderzoeken de deelnemende rol van dieren in onze samenleving en cultuur. Vervolgens vragen juristen zich af of we niet moeten gaan nadenken over dierenrechten als dieren zo op mensen lijken.

Gelukkig komt deze animal turn in de menswetenschappen nu ook in Nederland op gang. Deze ontwikkeling is al langer gaande in het buitenland, maar met zijn vak Human-Animal Studies en boek Dier en Mens brengt Maarten het ook in Nederland onder de aandacht. Met zijn boek hoopt hij dat steeds meer mensen dieren gaan zien als individuen, als wezens met een eigen biografie, en dus niet zozeer of alleen als soort. Een nieuwe manier van kijken en vragen dus, zowel binnen als buiten de wetenschap, met als gevolg nieuwe kennis en inzichten over dieren én onszelf. 

Het boek is een Nederlandstalige inleiding over mens-dier relaties waarin inzichten, ideeën en onderzoek naar het onderwerp worden aangeboden aan de lezer. Tijdens de boekbespreking op 26 maart reageerden ervaren wildlife-dierenarts Martine van Zijll Langhout en sociaal psychologe Roos Vonk vanuit hun expertise op het boek, wat in het vervolg van dit blog wordt samengevat.

Je eigen dierlijkheid vinden in de wilde natuur

Dier-mens relaties is een onderwerp naar het hart van wildlife-dierenarts Martine van Zijll Langhout. Haar hele leven is gebaseerd op dieren: ze is al 20 jaar dierenarts en 40 jaar intensief bezig met dieren. Ze is dan ook heel enthousiast over het boek ‘Dier en mens’. Net als Maarten is ze ervan overtuigd dat elk dier een eigen karakter heeft, een eigen biografie, maar in haar werk met compleet wilde dieren is deze soms moeilijk te herkennen. Deze dieren blijven liever weg van mensen.

Door haar werk in de wildernis heeft ze de dierlijkheid in zichzelf wél goed leren kennen, vertelt ze. In het regenwoud, tussen de slangen, buffels en olifanten, ervaarde ze veel sterker dat we dieren zijn dan in onze Westerse maatschappij. In de wildernis hangt je leven helemaal af van je zintuigen: je gaat dan ook scherper ruiken en horen. Even niet goed opletten of niet hard genoeg rennen kan je dood zijn. Eigenlijk wordt je gewoon een wild dier. Het lijkt wel hoe kwetsbaarder een mens wordt, hoe dierlijker we ons voelen. “Wij missen kwetsbaarheid hier, daardoor hebben we een soort onoverwinnelijkheid. Maar als je oog in oog staat met een olifant die je wat kan aandoen, dan realiseer je je eigen dierlijkheid.

Groepsdenken maakt ons blind voor het individu #speciësisme

Ook sociaal psychologe Roos Vonk was aanwezig deze avond, en ziet ook dat veel mensen in onze cultuur zich als bijzondere soort bovenaan zetten, en de rest van de soorten zien als voor de mens om te gebruiken. Dit groepsdenken wordt in de sociale psychologie ook wel beschreven met de term ‘intergroepsrelaties’, wat inhoudt dat je je eigen groep beter vindt, en andere groepen devalueert. Op soortniveau gebeurt dit ook, en dat heet dan ‘speciësisme’. 

Als gevolg zien we andere dieren niet meer als individu, want individuen binnen andere soorten zijn één pot nat. Sommige mensen hebben bijvoorbeeld alles over voor hun hond of kat, maar zien alle varkens echt niet als gelijkwaardige wezens met een eigen karakter waar je een relatie mee zou kunnen opbouwen, en eten dus gewoon elke dag vlees. Het zit dus niet in onze cultuur om naar dieren te kijken als individu. Vonk is daarom ook erg blij dat Maarten hier een boek over heeft geschreven, en hoopt dan ook dat er meer aandacht voor dit onderwerp komt. En dat we uiteindelijk op gelijke voet gaan samenleven met dieren, en onszelf niet meer beter en belangrijker vinden.

 

Disneyficeren zorgt voor meer empathie

Uit Vonks onderzoek naar empathie met dieren blijkt dat mensen met hoge empathie dieren wél meer als individu zien. Dit is ook gerelateerd aan of ze zijn opgegroeid met huisdieren, omdat je dan een relatie opbouwt met individuele dieren met unieke karaktertrekken en persoonlijkheden. Ook het vermenselijken van dieren, zoals bijvoorbeeld gebeurt in Disneyfilms, kan leiden tot meer empathie. “Het helpt ons om ons in de pootjes en vinnetjes te verplaatsen”, aldus Vonk. 

Dat is soms handig, omdat ze dan behandeld worden als mensen. Nadeel is dat menselijke eigenschappen in dieren vaak worden overdreven, zoals in de Lion King, waarin een leeuwenfamilie wordt voorgesteld als een leuke, Amerikaanse middenklasse familie die qua normen en waardes zich keurig voegt naar menselijke normen en waarden van deze tijd. Dat klopt natuurlijk niet. En vaak worden ten onrechte menselijke eigenschappen op dieren geprojecteerd, ook wel ‘bambificeren’ genoemd. Dat is ook niet goed voor dat dier want die kan zijn soorteigen natuurlijke gedrag dan niet tonen.

 

We moeten dieren dus ook niet gaan vermenselijken

We moeten de soorteigen natuurlijke behoeften van een dier niet uit het oog verliezen. De eigen aard van dieren is namelijk heel belangrijk binnen dierenrechten. Varkens hebben andere behoeften dan een hond, en olifanten hebben weer totaal andere behoeften. Die soorteigen natuurlijke behoeften moeten ze kunnen uitleven. Dat kan alleen als wij beseffen dat zij met hun eigen ding bezig zijn, en er niet voor ons zijn. 

De kat is van nature bijvoorbeeld niet sociaal, en toch vinden we het zielig als katten alleen leven. Dit is een foute projectie want een solitair dier maak je helemaal niet gelukkig met gezelschap van zijn eigen soort. Andersom geldt ook dat je een sociaal dier niet gelukkig maakt in zijn eentje, ook niet als jij hem elke dag aandacht geeft. 

Daarom is het belangrijk om je echt te verdiepen in de behoeften van een dier en die niet zomaar in te vullen. Hoe beter je dat weet, hoe beter je kan zorgen voor die behoefte. En dat gebeurt pas als je je realiseert dat een kat niet een mens is, en een wild dier niet een gedomesticeerd dier. 

Niet-menselijke dieren: wat moet een dier doen om gewaardeerd te worden?

Mensen vinden vooral de dieren leuk en schattig die op mensen lijken. Maar hoe zorg je nou voor sympathie bij de niet zo menselijke*, de niet zo schattige en niet zo knuffelbare dieren? Wat moet een dier als de worm doen om meer gewaardeerd te worden? Volgens Martine moeten wij veranderen, niet de dieren. Door ons te verdiepen in de eigen unieke aard van het dier en naar ze te kijken kunnen we al een wezenlijke verbinding voelen. Hoe langer je ze observeert, des te meer details je opmerkt. Het individu komt dan voor je ogen tot leven, en dat kan al zorgen voor verwondering en uiteindelijk empathie. 

Als je daar naar gaat kijken, wordt je als mens gelukkiger en je wereld rijker, omdat je meer ziet en je je meer verwonderd. Dan ga je er ook meer van houden en voor zorgen. En dat is heel belangrijk, want veel niet-menselijke dieren zijn van essentieel belang voor ons overleven.  Het is belangrijk dat wij als mens gaan zien dat we met elkaar een ecosysteem vormen. Met de egels in onze tuin, de spinnen in ons huis. Ook dat zijn wilde dieren met een eigen plan.

* Non-human animals, non-tiger animals… De sprekers worstelden tijdens de avond nog even met de politiek correcte Nederlandse term voor niet-menselijke dieren. In het Engels gaat het al over non-human animals, om aan te geven dat wij ook dieren zijn, maar dat blijkt even antropocentrisch als ‘dieren’ omdat het onderscheid maakt tussen de mens en andere dieren. We denken dan vanuit ons mensperspectief.. Een heleboel dieren zijn bijvoorbeeld non-tiger animals of non-cat animals. Maar los van de terminologie, draait het er volgens de sprekers vooral om dat we ons bewust zijn dat wij óók dieren zijn.

Take home message

Aan het eind van de middag zijn er twee belangrijke lessen die we kunnen trekken. Aan de ene kant moeten we terug naar dat dierlijke in onszelf, zodat we onszelf en onze omgeving beter kunnen begrijpen. Aan de andere kant is het belangrijk dat we dieren als individu leren zien, zonder het soorteigen karakter uit het oog te verliezen. En daar hebben we nog veel in te leren. Alle sprekers spraken uit dat ze hopen dat nieuwe generaties onze relaties met dieren serieuzer gaan nemen dan vroeger. Want nu we ons realiseren hoeveel we met ze gemeen hebben, wordt het ook de hoogste tijd om te bezinnen op hoe we met dieren - veedieren, huisdieren, stadsdieren - omgaan, niet alleen uit ethisch maar ook ecologisch perspectief.

 

Dit evenement kwam tot stand in samenwerking met het academisch-cultureel podium SPUI25, Centrum voor DierMens studies en Boom Uitgevers Amsterdam

Over de sprekers

Maarten Reesink is werkzaam bij de afdeling Media en Cultuur en het Instituut voor Disciplinaire Studies van de Universiteit van Amsterdam, waar hij sinds 2008 college geeft over mens-dierstudies (Human-Animal Studies). Daarnaast is hij mede-oprichter van het Centrum voor DierMens Studies.

Roos Vonk is hoogleraar sociale psychologie, spreker en auteur. Ze doet onderzoek naar zelfbeeld en zelfbedrog, naar oordelen over goeddoeners (bv. vegetariërs), en empathie met dieren. Ze schreef verschillende boeken, waaronder je bent wat je doet, De eerste indruk en Menselijke gebreken voor gevorderden.

Martine van Zijll Langhout is wildlife dierenarts en Europees specialist in Zoo Health Management. Ze werkte in Afrika en runde een drukke dierenartsenpraktijk voor wilde dieren naast het Krugerpark in Zuid-Afrika. Dagelijks verdoofde en behandelde ze vele wilde dieren, waaronder neushoorns, buffels, leeuwen, olifanten en giraffen. Onlangs is haar boek Over Leven in het Wild (Ambo/Anthos) uitgekomen. Daarin omschrijft ze de vele levenslessen die we van wilde dieren en de wildernis kunnen leren, onder andere over onze verbinding met de natuur, onze kwetsbaarheid en het grote belang van natuurbehoud.

 


«   »

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.