Denken als een raaf

Gepubliceerd op 5 januari 2022 om 14:04

Door Bas van Woerkum

Zijn mijn zakken leeg? Heb ik geen kleding aan die ik liever heel houd? Ik open de deur en betreed de volière. Het is maar enkele graden boven nul, maar Siden oogt vandaag extra opgewekt en vrolijk. Ik steek mijn arm uit en Siden gaat zitten. Hij stapt omhoog tot op mijn schouder. Ik draag een muts, een jas met veel zakken en er bungelen wat touwtjes van mijn jas. Overal wordt aan getrokken, niets blijft onopgemerkt. Twee grote, zwarte ogen staren me oplettend aan.

 

Siden is een raaf van een jaar of tien. We kennen elkaar nu een maand of twee, en volgens mij mag hij me wel. Zijn zachte ‘boep boep’-klanken klinken ontspannen en tevreden. Maar ik kan het ook best mis hebben. Hoe weet ik immers wat Siden van me denkt?

 

Het Corvid Cognition Research Station in het zuiden van Zweden is het thuis van Siden en vijf andere raven. Hier bestuderen onderzoekers van de Universiteit van Lund de intelligentie van raven. Je leest weleens dat raven net mensen zijn. Ze zijn slim en nieuwsgierig, en hebben een gezonde dosis wantrouwen. De Vikingen hadden de raaf ook hoog zitten: de raven van de Noorse oppergod Odin heette Hugin (denken) en Munin (geheugen of mind). En die Vikingen lijken steeds meer gelijk te krijgen. Onderzoekers van deze universiteit hebben aangetoond dat vooruit plannen, voorwerpen gebruiken en puzzels oplossen ze uitstekend afgaat. Ze doen het haast net zo goed als mensenkinderen. Daarom lees je ook weleens dat raven ‘mensachtige’ gedachten en gevoelens hebben, of dat ze even intelligent zijn als vierjarige kinderen. 

 

Maar volgens mij klopt dat niet. Ten eerste: waarom zouden we een volwassen raaf met een jong kind vergelijken? Ten tweede: kun je niet intelligent zijn en niét mensachtig denken?

 

Siden springt van mijn schouder af, op de grond. Ik bekijk hem van een afstandje. Hij neemt een stukje vlees en werkt het met zijn forse snavel het zand in. Vervolgens sleept hij er een plankje overheen, maar bedenkt hij zich na twee seconden en probeert het een metertje verderop opnieuw.

 

Wanneer ik me afvraag wat er in Sidens hoofd moet omgaan, dan gaat dat ongeveer zo: ‘Ik moet dit stukje vlees verstoppen voor later’, ‘als ik een plank er overheen leg, ziet niemand het meer’, ‘nee, toch niet de juiste plek’, ‘was die houten plank net ook zo zwaar?’, ‘ja, hier is het beter’. Ik weet dat deze interpretatie erg mensachtig is. Ik schrijf allerlei gedachten aan Siden toe die ik zelf zou kunnen hebben. Maar is dat ook wat Siden écht denkt? Misschien denkt hij niet preciés zo in mijn mensentaal, maar wel op een vergelijkbare manier, in een soort raventaal? 

 

Siden is blijkbaar tevreden met de verstopplek van zijn eten. Ik steek mijn arm weer uit en hij hopt er opnieuw op. Als ik Siden van een afstandje bekijk, en zijn gedachtenkronkels probeer te reconstrueren, schieten er allerlei mensachtige zinnen door mijn hoofd. Wij zitten als mensen sowieso vrij veel in ons hoofd. We denken veel na óver de wereld, en zijn geneigd om dit beeld van mensachtig denken aan dieren toe te schrijven. Maar waarom eigenlijk? Hangt Sidens intelligentie af van hoe ‘mensachtig’ hij denkt? Kan hij alleen slim zijn als hij zoals een mens denkt? Volgens mij is het een ‘antopomorfe’ valkuil om te denken dat intelligentie en mensachtig denken onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. 

 

Misschien weten we ook gewoon niet goed hoe het anders kan. Hoe kun je slim zijn, maar niet constant nadenken over dingen? Ik heb veel gelezen over raven en veel nagedacht over raven. Maar pas na veel en regelmatige bezoeken aan Siden begint het antwoord te dagen: Siden heeft alles véél beter in de smiezen dan ik. 

 

Oplettend als hij is, zit Siden al voor de deur voordat ik überhaupt het idee heb dat hij me gehoord of gezien kan hebben. Ook kijkt hij – net als de meeste vogels – constant om zich heen. Zijn moeiteloze toegang tot de verticale dimensie – hij heeft geen trap of lift nodig om de wereld van bovenaf te zien – helpt hem ongetwijfeld ook om allerlei patronen te herkennen die aan ons voorbij gaan. Bovendien hebben de onderzoekers in Lund gesuggereerd dat raven sneller visuele informatie kunnen verwerken dan mensen. Om te begrijpen wat Siden denkt, moeten we dus begrijpen hoe en wat hij ziet, ruikt, voelt en hoort. En we moeten begrijpen hoe hij beweegt om al deze zintuigelijke informatie te verzamelen. Sidens waarneming is zijn intelligentie en denkvermogen. Dat is niet minder slim, en ook niet slimmer, maar wel anders. 

 

Ik denk niet dat we Siden mensachtiger moeten maken dan hij is. Siden heeft niet de intelligentie van een vierjarig kind, maar van een volwassen raaf. Als we Siden willen begrijpen, moeten we onszelf wat raafachtiger maken. Dan komen we pas echt ergens. Denk ik. Maar ik kan het ook best mis hebben – ik ben ook maar een mens.

 

Over Bas 

Bas van Woerkum is als promovendus in de cognitiefilosofie verbonden aan de Radboud Universiteit. Zijn onderzoek richt zich op het begrijpen van niet-menselijke diersoorten en de mogelijke gevaren van antropomorfisme. Voor zijn onderzoek verbleef hij drie maanden aan de Universiteit van Lund, waar hij onder andere ervaring opdeed met empirisch onderzoek naar de cognitieve vermogens van raven.

Reactie plaatsen

Reacties

J.A. Coster van Voorhout (LLM)
3 jaar geleden

Goedemiddag Bas,

Ten eerste dit, ik vind je essay zeer lezenswaardig en interessant. Wat mij betreft ook heel goed dat je aandacht hebt voor de antropoforme valkuil. "Ik ben ook maar een mens"...citeer ik je. Maar is 'staren' dan wel iets van een raaf? (je eerste alinea).

Wat ik minder goed begrijp is je stelling dat Sidens waarneming zijn intelligentie en denkvermogen zou zijn. Zijn (zintuiglijke) waarneming (niet perceptie dus) en intelligentie en denkvermogen niet verschillende dierlijke aspecten?

Vriendelijke groeten,
John Coster van Voorhout.
Veel succes met je belangwekkende dissertatie!

Bas van Woerkum
3 jaar geleden

Dag John,

Bedankt voor je reactie. Goede vraag of raven 'staren'. Het ligt er ook maar net wat je allemaal onder dat begrip verstaat. Volgens mij is consensus over begrippen een belangrijk fundament, maar die consensus is in veel gevallen ver te zoeken, mede omdat we onze (sterk variërende) menselijke intuïties een grote rol laten spelen in die begripsbepaling.

Over de vraag of waarneming (of perceptie, ik gebruik ze als synoniem hier) en intelligentie verschillende aspecten van dieren zijn: vaak wordt intelligentie 'losgekoppeld' van het waarnemings- en bewegingsvermogen, maar juist door de grote verschillen tussen diersoorten in die vermogens - bijvoorbeeld tussen mens en raaf - is iets waar wij misschien over moeten nadenken, iets dat raven simpelweg kunnen waarnemen. De perceptie maakt het denken overbodig, zou je kunnen zeggen. Dit roept ook de vraag op in hoeverre ons 'denken' gegrond is in en tegelijkertijd beperkt wordt door ons typisch menselijke waarnemings- en handelingsvermogens. En dat laat dan weer zien hoe moeilijk het is om intelligentie los van waarneming en handeling te definiëren.

Hopelijk beantwoord dat je vragen enigszins, of zet het in ieder geval aan tot verdere vragen.

Vriendelijke groet,
Bas